Duurzame biobrandstoffen leveren in 2030 7,5 miljoen ton CO2-reductie

jul 08

Duurzame biobrandstoffen leveren in 2030 7,5 miljoen ton CO2-reductie

Er is een belangrijke rol weggelegd voor duurzame biobrandstoffen om de doelen voor CO2-reductie te behalen voor de mobiliteitssector. De platforms voor alternatieve transportbrandstoffen (waterstof-elektrisch, bio-LNG en duurzame biobrandstoffen) hebben voor het klimaatakkoord gezamenlijk een strategie ontwikkeld voor de inzet van duurzame alternatieven die het gebruik van fossiel fors inperken. Het doel is om de uitstoot van de transportsector in 2030 tot 21,5 miljoen ton CO2eq te beperken. Daarvoor zal in 2030 reeds een derde deel van het totale volume van transportbrandstoffen uit hernieuwbare bron moeten zijn. Afhankelijk van het tempo van elektrificatie van vervoer en transport is daarnaast naar schatting een inzet van 88-105 PJ duurzame biobrandstoffen nodig, afgerond 100 PJ. Dat levert dit jaarlijks een reductie op van 7,5 miljoen ton CO2(Tank-to-Wheel).

Hiervoor is potentieel voldoende biomassa beschikbaar, mits wordt ingezet op mobilisatie van duurzame biomassa die bovendien efficiënt wordt ingezet. Dit volgt uit een verkenning die door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in 2016 is uitgevoerd (Biomassa 2030).[1]

De brede strategie en potentiële bijdrage die duurzame biobrandstoffen hierin kunnen leveren vragen om een instrumentarium dat voorrang geeft aan hernieuwbare brandstoffen met een zo hoog mogelijke CO2-reductiebesparing, die bovendien goed scoren op duurzame ontwerpparameters (zie notitie over duurzaamheidsaspecten biobrandstoffen).

De productie van duurzame biobrandstoffen gaat goed samen met de productie van biobased materialen/chemicaliën. De ontwikkeling van de biobrandstoffensector draagt in Nederland niet alleen bij aan verduurzaming van de transportsector, en ondersteunt ook de ontwikkeling van de biobased en circulaire economy in Nederland, door de duurzame grondstoffenstroom op gang te brengen.

Gaat dit Nederland veel geld kosten?

De inzet van duurzame biobrandstoffen is een kosten-effectieve oplossing voor het behalen van CO2-reductie in mobiliteit en transport. Inzet van duurzame biobrandstoffen kan binnen bestaande tankinfrastructuur en in bestaande brandstofmotoren. Biobrandstoffen worden al jaren zonder subsidie van de overheid bijgemengd. de meerkosten worden verdeeld over alle gebruikers.

Met de juiste sturing op inzet van duurzame biobrandstoffen in transport zullen er interessante investeringsmogelijkheden ontstaan voor het opbouwen van bioraffinage in Nederland voor zowel brandstoffen als voor groene chemie.

Wat is er nodig?

Voor het stimuleren van alternatieve energie voor vervoer en transport is een belastingstelsel nodig waarin voor fossiele brandstoffen meer belasting betaald wordt, en minder voor de hernieuwbare alternatieven.

Het Platform Duurzame Biobrandstoffen stelt voor dat Nederland (en ook Europa) overgaat tot sturing op het verlagen van de hoeveelheid fossiele brandstoffen die jaarlijks nog ingezet mag worden. Het plafond van wat er jaarlijks maximaal wordt toegestaan aan CO2-intensiteit van brandstoffen gaat geleidelijk maar gestaag omlaag. Dat betekent elk jaar minder fossiel en meer hernieuwbaar. Nederland kan hierin een gelijksoortige aanpak van andere landen volgen (Duitsland, Zweden, Californië). Op deze manier bereiken we op een geleidelijke manier fossielvrij transport in 2050.

Ondersteunende regelgeving is nodig om te zorgen dat in 2030 tenminste een derde van de energie in de transportsector uit hernieuwbare bron is.

[1] Ministerie van Economische Zaken, 2016, Biomassa 2030 – Strategische visie voor de inzet van biomassa op weg naar 2030.

Lees verder: