Impact assessment biobrandstoffen voor de binnenvaart

    Impact assessment biobrandstoffen voor de binnenvaart

    TNO & EICB

    TNO en EICB (Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart) hebben voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een gezamenlijk onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en knelpunten van de toepassing van biobrandstoffen, met name biodiesel blends, in de binnenvaart. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat op dit moment namelijk na of op Europees of nationaal niveau de binnenvaart toegevoegd kan worden aan de aandeelverplichting in het kader van de REDII. Het rapport is hier te vinden.

    De resultaten van het onderzoek zijn verdeeld over vier hoofdpunten en luiden als volgt:

    1. Regelgeving en motorleveranciers
    De motoremissiewetgeving voor de binnenvaart is samengevat in onderstaande tabel:

    2. Technische risico’s
    TNO en EICB concluderen dat er een aantal technische risico’s zijn, maar dat deze voor nu acceptabel zijn. Deze risico’s hebben vooral betrekking op FAME blends waarbij vaker storingen en problemen voorkomen zoals verstopte filters en schade aan tanks. Deze risico’s vereisen goed onderhoud van de systemen en worden vaker meer gezien als een tijdelijk overgangsprobleem naar biobrandstoffen. Verder wordt HVO biodiesel in dit aspect als superieur gezien ten opzichte van FAME. Blends tot 30% of hoger zijn zonder meer mogelijk, terwijl huidige motoren van binnenvaartschepen maar goed bestand zijn tegen een 7% FAME blend.

    3. Beschikbaarheid van biobrandstoffen
    Het rapport concludeert dat de totale behoefte aan biobrandstoffen in Nederland vooral afhankelijk is van de ontwikkelingen van de internationale scheepvaart en luchtvaart. Dit zou kunnen leiden tot een verachtvoudiging van de biobrandstof vraag in Nederland. Het scenario hierin is nog onzeker aangezien hier nog geen beleid over is vastgesteld. Het binnenvaartaandeel in de biobrandstofbehoefte is echter in alle gevallen zeer klein.

    Een andere conclusie is het feit dat de productiecapaciteit van FAME en HVO niet als een beperkende factor wordt gezien. De beschikbaarheid van grondstoffen zoals UCO kan echter wel een probleem worden, vooral bij implementatie van doelstellingen uit het Klimaatakkoord en de Green Deal. Dit zal lijden tot een grote toename van de biobrandstofvraag zoals hierboven omschreven. Wel kan er waarschijnlijk ook onder dit scenario genoeg grondstof geïmporteerd worden zonder dat de mondiale voedselvoorziening in gevaar komt.

    4. Economische aspecten
    Biobrandstoffen zijn kostbaar. Het rapport heeft op basis van huidige marktprijzen de meerkosten voor de binnenvaartsector berekend voor 2030, voor biobrandstof op basis van twee typen grondstoffen: UCO en PPO. Geconcludeerd wordt dat de meerkosten, met range van 9% tot 24% ten opzichte van de huidige brandstofkosten hoog zijn.

    Algehele aanbevelingen zijn:

    • Een goede voorlichting over maatregelen om technische risico’s te verminderen.
    • Jaarlijkse monitoring van de brandstofkwaliteit
    • Onderzoek naar de haalbaarheid van het algemeen gebruik van conventionele grondstoffen zoals plantenolie in plaats van UCO en dierlijk vet.

    Voor het volledige rapport klik hier.

    Verdere informatie is ook te vinden bij EICB.

    • Date 07/01/2021
    • Tags 2020, alternative fuels, Bioeconomy, Biofuels, Engines, Feedstocks, Fuels, HVO, Inland shipping, Netherlands, Policy, Research, Shipping