Nieuws / Opinie

nov 15

Inzet hernieuwbare brandstoffen levert snelle CO2-winst voor Groningen

In de stad Groningen hebben raadsleden van D66, GroenLinks en PvDD op 18 oktober 2017 het college bevraagd over de duurzaamheidsambities in de aanbesteding van vloeibare brandstoffen.

Het Platform Duurzame Biobrandstoffen adviseert het college van B&W van de gemeente Groningen de brandstofnormering aan te houden in de aanbesteding.

Brandstoffen zijn gelijksoortig als ze onder dezelfde normering vallen. Deze normen worden mede onder regie van het Nederlands Normalisatieinstituut NEN opgesteld. HVO valt net zoals GTL, CTL, BTL onder dezelfde EN15940-normering. Dat betekent dat deze brandstoffen als gelijkwaardig beschouwd kunnen worden voor wat betreft de inzet in motoren en kwaliteit en de resulterende emissies voor luchtkwaliteit.

Dit houdt in dat de positieve effecten die de Gemeente noemt in relatie tot GTL (verbetering plaatselijke luchtkwaliteit, vermindering gezondsheidsrisico’s voor medewerkers, geen aanpassingen aan voertuigen en machines), eveneens gelden voor de andere brandstoffen binnen deze groep. Dus ook voor hernieuwbare dieselvervanger HVO. Bovendien verlaagt de inzet van HVO de CO2-uitstoot van de voertuigen en machines.

Brandstoffen op basis van pure plantenolie, PPO, daarentegen, vallen expliciet niet onder deze normering en zijn dan ook niet vergelijkbaar met de EN15940-brandstoffen. Meer informatie over deze Europese norm vindt u op de website van de NEN.

Brief over de brandstofaanbesteding van de Gemeente Groningen

De genoemde afkortingen staan voor:

CTL: Coal to Liquid; GTL: Gas to Liquid; BTL: Biomass to Liquid; HVO: Hydrotreated Vegetable Oil; PPO: Pure Plant Oil.