Nieuws / Opinie

nov 28

Overheidssturing op snelle vermindering van fossiel

Klimaataanpak vraagt om overheidssturing op snelle vermindering van fossiel in het systeem

Voor de invulling van het Klimaatakkoord van Parijs zal voor het gebruik van fossiele grondstoffen een einddatum moeten komen. Geredeneerd vanuit de noodzaak om de temperatuurstijging die klimaatverandering veroorzaakt te beperken, heeft de wereld met het huidige niveau van gebruik van fossiele grondstoffen binnen slechts 19 jaar het koolstofbudget verbruikt dat nog resteert om de wereldwijde temperatuurstijging onder de 2°C te houden. De doelen van Parijs voor CO2-reductie zullen dus eerder gehaald moeten worden. Dat betekent dat we de komende jaren zelfs sneller het gebruik van fossiele brandstoffen moeten verminderen. De transportsector is heel belangrijk hierin, want deze is momenteel voor bijna 96 procent nog afhankelijk van fossiele brandstoffen. 

Houd Parijs in het oog

Het is in deze fase noodzakelijk om het oorspronkelijke doel goed in het oog te houden. Om tot een Nederlands Klimaatakkoord te komen, heeft de overheid sectortafels in het leven geroepen. Voor de sectortafel mobiliteit is een tussendoel gesteld met betrekking tot hoeveel de sector nog aan CO2mag uitstoten in 2030. Om daarop uit te komen, stelt de mobiliteitstafel allerlei noodzakelijke maatregelen voor. Alleen is, geredeneerd vanuit fossielvrij transport in 2050, dit tussendoel niet genoeg. De lat voor 2030 moet hoger liggen om structureel het pad in te slaan naar fossielvrij transport in 2050.

Groot volume aan hernieuwbare brandstoffen nodig

Wat moet er gebeuren? Allereerst bestaat er brede consensus om voor CO2-reductie het pad naar elektrificeren van vervoer en transport in te slaan. Maar we moeten er rekening meehouden dat de ingroei van elektrische voertuigen en schepen en de toepassingen van hernieuwbare waterstof hun tijd nodig zullen hebben. In de markt is nog lange tijd behoefte aan vloeibare en gasvormige brandstoffen. Het is dus noodzakelijk dat die meer en meer hernieuwbaar worden. Dat betekent dat er gestuurd moet worden op een steeds lager aandeel fossiele brandstoffen in bestaande motoren. Daarom hebben we een groot volume aan hernieuwbare brandstoffen nodig. De term hernieuwbare brandstoffen omvat duurzame biobrandstoffen en ook synthetische brandstoffen op basis van elektriciteit (power2X).

Hiervoor zijn op korte termijn omvangrijke investeringen in nieuwe fabrieken nodig. Het leeuwendeel van deze investeringen zal worden gedaan door de private sector. Investeringen hebben langdurig consistente overheidssturing nodig. De onvermijdelijkheid van de eindigheid van fossiel als bron moet als een paal boven water staan.

Verplichting

Wat is er nodig? Het aandeel hernieuwbare energie moet groeien en fossiel moet uit het systeem. Daarvoor zijn twee elkaar versterkende maatregelen nodig die op korte termijn investeringen in de productie van hernieuwbare brandstoffen stimuleren. Allereerst sturing op een groeiend aandeel met een verplichting voor hernieuwbare elektriciteit en andere hernieuwbare brandstoffen, zodat we op 100 procent hernieuwbaar uitkomen in 2050. In Nederland staat reeds een systeem om dit via de markt te leveren. De meerkosten worden gedragen door bedrijfsleven en particulieren. In dit systeem is het essentieel om die energiebronnen de voorkeur te geven die de hoogste CO2-besparing leveren. Het kabinet en de Tweede Kamer erkennen dat deze sturing nodig is en werken daartoe plannen uit.

Stuur op CO2 in belastingen

Daarnaast zal groene mobiliteit de norm worden. Ook als transport uitsluitend hernieuwbare energie gebruikt  zullen er inkomsten nodig zijn voor de schatkist. Daarom is een budget-neutrale belastingwijziging nodig. Dan bevorderen de belastingen de groene opties die een lagere CO2-intensiteit hebben boven ‘fossiel’. Zet daar een afnemend plafond op het aandeel fossiel naast en breng over de tijd de gemiddelde CO2-intensiteit van de ingezette brandstoffen omlaag. Dat kan door voor de komende jaren een steeds verder afnemende cap te zetten op het aandeel fossiel dat we nog mogen inzetten.

Langetermijnzekerheid

De overheid kan de transitie naar duurzame mobiliteit niet alleen inzetten. Er zijn substantiële investeringen nodig door het bedrijfsleven. Omgekeerd snakt het bedrijfsleven naar langetermijnzekerheid. Zonder langetermijnplannen zijn bedrijven terughoudend met grote investeringen die zich over meerdere jaren terugverdienen. De Nederlandse overheid is niet de enige speler waar investeerders rekening mee houden. De regels die Europa ons nu oplegt voor hernieuwbare energie, maken de opgave om in Nederland klimaatdoelen voor transport te halen onnodig moeilijk en duur. Nederland heeft niettemin een eigen strategische opgave. Daarom is het nodig een eigen, nationaal beleid te ontwikkelen.

Eric van den Heuvel, directeur Platform Duurzame Biobrandstoffen