Nieuws / Opinie

dec 20

Reactie op uitspraak Hoge Raad in Urgenda-zaak

In de CO2-emissie reductieplannen kan het kabinet meer gebruik maken van de emissiereductie die de hernieuwbare brandstoffen kunnen leveren. Op weg naar volledige elektrificatie kan de inzet van hernieuwbare brandstoffen via een bijmengverplichting de fossiele brandstoffen in verhoogd tempo terugdringen. Dat is bij verre de meest kosteneffectieve optie in transport en de snelste route naar aanzienlijke CO2-emissiereductie. [zie DENA]

Kabinet kan meer hernieuwbare brandstoffen inzetten

In Nederland zou op deze manier, tegen zeer geringe kosten, tot 2030 in de orde van 5 Mton CO2 per jaar kunnen besparen: meer dan een verdubbeling van de in het klimaatakkoord voorziene bijdrage van mobiliteit aan de CO2 reductie, en een derde van het gat tussen de huidige prestatie en de doelen uit de Urgendazaak.

Inzet hernieuwbare brandstoffen heeft industrie reeds geregeld

De brandstofspecificaties zijn geregeld, OEMs hebben gebruik vrijgegeven. Bijmengen kan per direct, in de huidige brandstofmotoren. Investeringsbereidheid in industrie is groot nu de duurzaamheidsissues rondom biobrandstoffen nog beter geadresseerd zijn in de nieuwe Europese Richtlijn Hernieuwbare energie (RED II). Navigant concludeert in een studie dat in 2030 minstens het dubbele aan volume voor hernieuwbare brandstoffen geleverd kan worden dan wat nu is afgesproken in het Klimaatakkoord: dus 120 PJ in plaats van 65 PJ. Daarmee behaalt het kabinet ook de doelen die het reeds in het Energieakkoord (2013) heeft afgesproken voor de transportsector en blijven de emissie onder de 25 Mton CO2-emissies.

Van biobrandstof naar grondstof chemische industrie

Met voortschrijdende elektrificatie neemt de vraag naar bijgemengde hernieuwbare brandstoffen af. De betrokken producten kunnen zodoende steeds meer worden ingezet als grondstof voor de chemische industrie. Zo trekken de biobrandstoffen de kar naar het terugdringen van fossiele grondstoffen in onze economie en het realiseren van een bio-based economie. Er bestaan in Nederland vele voorbeelden van biobased productie in de demonstratiefase. De duurzame biobrandstoffensector verkeert reeds deels in de opschalingsfase en is voor het andere deel een volwaardige economische sector. De connectie tussen de duurzame biobrandstoffen en de ontwikkeling van een sterke Nederlandse biobased sector kan nog sterker worden gelegd. Vanuit het economische belang voor de BV Nederland is er meer steun nodig voor bioraffinage en grondstoffentoeleveringsketens voor geïntegreerde biobased productie en het vervangen van fossiele grondstoffen. [Zie ook visie van dit Platform op het instellen van een limiet op fossiel]

Dat versterkt de positie van de producent, zoals de landbouw. Dat levert high-tech industriële activiteit op en levert een kosteneffectieve optie in de energietransitie voor transport.