Nieuws / Opinie

mrt 12

“Zonder biobrandstof blijven klimaatdoelstellingen 2030 een illusie”

Blog door Bart-Willem ten Cate – Director Renewable Strategy and Development bij FinCo Fuel Group

Een blik op de verschillende verkiezingsprogramma’s biedt vooralsnog weinig hoop als het gaat om het voldoende verminderen van de C02-uitstoot. Ondanks alle goede bedoelingen blijven de klimaatdoelstellingen ver uit zicht. Niet voor niets maakten Europese regeringsleiders eind vorig jaar strengere afspraken: de uitstoot moet in 2030 met 55 procent zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. In de mobiliteitssector, Europees gezien de enige bedrijfstak waar de uitstoot sinds dat basisjaar is gestegen, valt de meeste winst te boeken. Daarvoor is helder beleid voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen cruciaal.

Het elektrische wagenpark in Nederland bestaat momenteel uit zo’n 200 duizend voertuigen, op een totaal van ongeveer 9 miljoen personenauto’s. Dat zijn 8,8 miljoen brandstoftanks die we kunnen, nee moeten inzetten om de emissies in de mobiliteitssector terug te brengen. Om over het vrachtvervoer, waar de elektrische ontwikkelingen een stuk minder ver zijn, nog maar te zwijgen. Door in zoveel mogelijk van deze miljoenen voertuigen geen fossiele maar hernieuwbare brandstoffen te gebruiken, zijn miljoenen tonnen aan CO2-emissiereductie te behalen. Bovendien gebeurt dit dan op een betaalbare wijze, zodat iedereen kan meedoen – en dus niet slechts de elektrische elite.

Het gebrek aan aandacht binnen politieke partijen voor hernieuwbare brandstoffen is een gemiste kans, zeker gezien het advies dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) afgelopen december uitbracht. Na uitgebreid onderzoek concludeerde het PBL dat er voor biobrandstof een belangrijke rol is weggelegd in de klimaatneutrale, circulaire economie van de (nabije) toekomst. Mits er aan duidelijke duurzaamheidscriteria wordt voldaan, zo werd het advies van een terechte bijsluiter voorzien.

Die criteria zijn er. Het debat dat de afgelopen decennia over biobrandstoffen voor transport is gevoerd, heeft voor verregaande regulering gezorgd zoals de Europese richtlijn hernieuwbare energie uit 2018. Wat die voorwaarde betreft staan alle seinen dus op groen. En is het zaak om optimaal gebruik te maken van bestaande producten en infrastructuren om de uitstoot in de mobiliteitssector terug te dringen. Met een intensiever gebruik van hernieuwbare brandstoffen uit afval- en reststromen. Want hoe belangrijk en hoopvol de opkomst van bijvoorbeeld elektrisch rijden ook is, het gaat simpelweg niet snel genoeg. Er is geen tijd te verliezen: we hebben iedere mogelijke ton aan CO2-besparing keihard nodig. En moeten daar alle beschikbare energiedragers voor inzetten, niet alleen in het wegverkeer maar ook in andere transportsectoren zoals de scheepvaart.

Hoe kan een volgend kabinet daar samen met marktpartijen voor zorgen? Het kan beginnen met het verhogen van de jaarverplichting: het percentage hernieuwbare energie waaraan bedrijven die in Nederland brandstoffen leveren moeten voldoen. Wij geloven dat het mogelijk is om in 2030 zo’n 30 procent van alle fossiele brandstoffen in de mobiliteitssector te vervangen door een hernieuwbaar alternatief. Inderdaad, een stuk hoger dan de 13,5 procent waar de overheid vooralsnog naar streeft. Die verhoogde ambitie levert een besparing van zo’n 5 miljoen ton CO2 op. Om dat getal concreter te maken: de uitstoot van de mobiliteitssector lag in het gekozen basisjaar 1990 op 32 miljoen ton. In het klimaatakkoord is afgesproken om dit in 2030 terug te brengen tot maximaal 25 miljoen ton. Door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen een stuk steviger te omarmen, zetten we dus enorme stappen.

Bovenal is het zaak om marktpartijen via heldere beleidskeuzes duidelijkheid te verschaffen en zo een betrouwbaarder investeringsklimaat te creëren. Dat is niet alleen goed met het oog op de klimaatdoelstellingen, maar ook voor de BV Nederland. We lopen namelijk het risico om de slag te verliezen. Zowel de slag om specifieke hernieuwbare grondstoffen die de komende decennia steeds belangrijker gaat worden, als die om onze internationale economische status. Dat zou zonde zijn, want we hebben juist zo’n goede uitgangspositie. Laten we zorgen dat we ook in de klimaatneutrale, circulaire economie die de komende decennia vorm zal krijgen, een plekje in de kopgroep hebben.


Over de auteur:

Bart-Willem ten Cate is Director Renewables Strategy & Development bij FinCo Fuel Group. In Nederland is FinCo Fuel een van de grootste leveranciers van low carbon brandstoffen. Ze bedienen meer dan 25% van de binnenlandse brandstofmarkt en willen vanuit die positie een rol spelen om CO2-uitstoot te reduceren.