Nieuws / Opinie

sep 30

Zweden brengt klimaatimpact transport substantieel omlaag

Zweden stuurt aan op een beduidend grotere bijmenging van hernieuwbare brandstoffen in diesel- en benzineproducten. Daarmee wordt snel en op een kosteneffectieve manier de klimaatimpact van het bestaande wagenpark teruggedrongen.

Voor 2030 staat als doel een 66% lagere koolstofintensiteit in diesel en een 28% lagere koolstofintensiteit in benzine. Vliegtuigbrandstoffen gebunkerd in Zweden moeten in 2030 een 27% lagere koolstofintensiteit bereiken.

Deze stappen dragen bij aan 70% minder CO2-emissies in 2030 vergeleken met 2010. Zweden wil in 2045 net-zero klimaatemissies in 2045 bereiken. De Zweden willen de eerste fossielvrije welvaartsstaat van de wereld te worden.

De doelen voor transport zetten duidelijke kaders neer voor alle partijen actief in de transportsector: brandstofleveranciers moeten jaarlijks de klimaatimpact van benzine en diesel verminderen met een toenemende bijmenging van duurzame biobrandstoffen en/of andere hernieuwbare brandstoffen. Dit leidt tot een stabiele en toenemende vraag naar duurzame hernieuwbare brandstoffen. Dit schept voorwaarden voor de industrie om te investeren in nieuwe productiecapaciteit, aldus het persbericht van de Zweedse overheid. Het voorstel van de regering is gebaseerd op een overeenkomst tussen de regeringspartijen, de Centrumpartij en de liberalen. Volgens bronnen bij Svebio, de Zweedse branchevereniging voor bioenergie zijn de plannen inmiddels geaccordeerd en worden ze geïmplementeerd.

Tussen 2021 en 2030 worden de reductieverplichtingen jaarlijks linear opgehoogd. Per 1 juli 2021 bedraagt de CO2-reductieverplichting voor benzine 6% en stijgt die naar 2030 naar 28%. Voor diesel gaat de CO2-reductieverplichting van 26% in 2021 naar 66% in 2030. In 2030 betekent dit aan de pomp dat de diesel getankt voor ruim driekwart uit hernieuwbare diesel zal bestaan. Op basis van de koolstofintensiteit van fossiele diesel (95,1 gCO2/MJ) valt af te leiden dat in 2030 de gemiddelde koolstofintensiteit van het door brandstofleveranciers geleverde brandstofmengsel van diesel en hernieuwbare diesel terug moet zijn gebracht naar 32,3 gCO2/MJ. In onderstaande grafieken staat de CO2-reductieverplichting en de koolstofintensiteit  voor de periode van 2021 tot en met 2030 weergegeven.

Voorbeeld voor Nederland

Het Platform liet in eerdere analyses zien (zie o.a. resultaten Navigant-studie en het pleidooi voor een limiet op fossiel) dat de gemiddelde koolstofintensiteit van diesel- en benzinebrandstof in Nederland in 2030 een derde lager zou moeten liggen dan in 2020. Dit is nodig om op koers te blijven om de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te behalen.

In het Energieakkoord had Nederland afgesproken dat de emissies in 2030 op een uitstoot van maximaal 25 miljoen ton CO2-emissies (tank-to-wheel) moet uitkomen. Opmerkelijk is dat in het door het kabinet gepubliceerde Klimaatakkoord in juni 2019 de Nederlandse reductiedoelstelling van max 25 miljoen ton CO2 niet meer wordt vermeld, zie tabel 1, pagina 4 van de overall management samenvatting van de Routeradar 2019 – Straatbeeldmonitor.

In 2017 bedroeg de CO2-emissie uitstoot in vervoer maar liefst 37 miljoen ton CO2. Het PBL schat in dat met de huidige plannen de uitstoot van de sector ver boven het oorspronkelijke doel van maximaal 25 miljoen ton CO2-uitstoot komt te liggen. Dat staat in de gepubliceerde policy brief “Het klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten “de in het klimaatakkoord opgenomen extra maatregelen voor de mobiliteitsector leiden er toe dat de CO2-emissies in 2030 tussen 29,3 en 31, 7 miljoen ton CO2 zullen uitkomen”.

Platform adviseert om het Zweedse voorbeeld te volgen. Hoge bijmengdoelstellingen dragen bij aan het behalen van de 55%-emissiereductie in 2030, geven tegelijkertijd een impuls aan de verdere inzet van hernieuwbare brandstoffen in Nederlands transport wat ondersteunend is aan het opbouwen van de bioraffinagecapaciteit voor de bio-economie.

De zee- en luchtvaartsector

De Zweedse plannen gaan verder dan de huidige Nederlandse plannen voor de luchtvaartsector.  Zweden verlaagt de koolstofintensiteit van gebunkerde vliegtuigbrandstof van 0,8% in 2021 naar 27% in 2030 ten opzichte van de fossiele referentiewaarde.

In Nederland is aan de luchtvaarttafel afgesproken om in 2030 14% hernieuwbare brandstoffen bij te mengen in de gebunkerde vliegtuigbrandstof. Het voornemen is om toe te werken naar een Europese sectorverplichting. Als dat niet (op tijd) lukt voert Nederland zelf een sectorverplichting in voor de luchtvaartsector.

De Zweedse aanpak om met een kleine reductie van koolstofintensiteit van de brandstoffen te beginnen met perspectief op een hoger doel in 2030 kan tot voorbeeld dienen voor de Nederlandse zeevaartsector. Zon aanpak is belangrijk gezien de IMO-plannen en de leidende positie van Nederland als grote bunkerlocatie voor zeevaart. En start maken met een laag percentage voorkomt dat de concurrentiepositie onder druk komt te staan en zorgt ervoor dat de broodnodige ervaring wordt opgedaan voor de noodzakelijke overstap naar andere brandstoffen met een lagere klimaatimpact.